Rabobank Cijfers & Trends

Een visie op branches in het Nederlandse bedrijfsleven.
40e jaargang editie 2016/2017


Bloembollenteelt

  • VOLUME
  • SENTIMENT
  • PROGNOSE

VOLUME

-1 tot 1% stabiel

SENTIMENT

Gematigd positief

PROGNOSE

Gematigd positief


Perspectief

Voorzichtig positief
De markt van Nederlandse bloembollentelers en -broeiers heeft voor de komende jaren een voorzichtig positief perspectief. De Nederlandse bloembollensector heeft op alle hoofdgewassen een sterke positie, maar is tegelijk zelf haar belangrijkste concurrent indien het areaal wordt uitgebreid. Belangrijke issues voor de bloembollensector zijn de fytosanitaire (be)dreigingen, volatiele en ongunstige valutaverhoudingen en (wisselende) handelsboycots. Kansen voor de Nederlandse bloembollensector liggen op alle deelsegmenten in onderscheidend vermogen en voldoende afstemming met de afzetmarkten (“environment awarenes’’ in zowel de interne als externe omgeving). Snelle opschaling is momenteel niet te verwachten door lage gerealiseerde rendementen en gestegen grondprijzen door de concurrentie om grond met akkerbouw -en melkveehouderijsector. Opschaling vindt alleen plaats bij de beter renderende bedrijven.

Bij een aantal grotere gewassen is er een breekbaar evenwicht tussen onder- en overproductie en kan volume uitbreiding al snel tot eigen concurrentie leiden. Dit geldt vooral voor de lelieteelt en in mindere mate ook voor de tulpen. De bloembollensector ondervindt door haar mondiale afzet meer nadeel van een sterke eurokoers dan andere tuinbouwbranches. Daarnaast is er nog de virusproblematiek, die leidt tot rechtmatige en onrechtmatige handelsbelemmeringen.

Uit recent afzetonderzoek blijkt dat de bloembollensector niet altijd voldoende anticipeert op de veranderende eisen van het grootwinkelbedrijf (gwb). Vooral de droogverkoop ondervindt hier hinder van. De droogverkoop loopt ook nog steeds terug, en de meeste bedrijven in dit segment hebben in 2014 negatieve bedrijfsresultaten behaald. In dit marktsegment is er een stagnerende vraag en een verschraling van het assortiment. Consumenten zijn steeds minder bereid om in het veelal natte najaar bollen te planten. Er worden veel initiatieven ontwikkeld om in te spelen op de gemak behoefte bij de consument, zoals bollen op pot, lasagnebeplanting en mogelijkheden om geprepareerde bollen in het voorjaar te planten.

Ontwikkeling in afzetrelaties

Ook in de broeierijmarkt moeten extra verkoopinspanningen zorgen voor een goed rendement. Anders dan in het verleden is er meer nodig om de bloemen aan de man te brengen. Het aantal verkooppunten bij supermarkten en benzinestations neemt nog steeds toe. De Rabobank verwacht dat samenwerking en internationalisatie het komende decennium de branche gaan bepalen. Er zullen horizontale en verticale samenwerkingsverbanden ontstaan. De eerste zijn gericht op het realiseren van voldoende grote volumes (met name grote partijen voor gwb tegen scherpe inkoopprijzen), de tweede op het garanderen van een goede kwaliteit (virusvrije) bollen met toegevoegde waarde die duurzaam zijn geproduceerd. Tussen ondernemers ontstaan samenwerkingsverbanden, waarbij zij kennis, kapitaal en arbeid samenvoegen tot één onderneming. Hierdoor ontstaan grotere productiebedrijven met meerdere directeuren of eigenaren, ieder met hun eigen expertise. Kleinere bloembollenbedrijven zullen zich nadrukkelijker moeten toeleggen op nicheproducten. Alleen zo kunnen zij hun schaalnadelen compenseren en zich handhaven in de verhevigde concurrentie. Dynamische samenwerkingsverbanden zullen ontstaan om marktkansen in te vullen of tijdelijke moeilijkheden te overbruggen. Het samenwerkingsverband is meer gericht op het (tijdelijke) doel dan op langdurige relaties.


Trends

  • Versnelde schaalvergroting en meer verschillen tussen moderne en verouderde  bloembollenbedrijven;
  • Aantal bedrijven neemt per jaar af met circa 5%, areaal blijft wel redelijk stabiel;
  • Toenemende automatisering/mechanisering bedrijfsvoering;
  • Toenemende behoefte van consumenten aan gebruiksgemak, sfeer en beleving;
  • Groeiende afzet aan het kostenbewuste grootwinkelbedrijf en de grootschalige broeierij;
  • Gewasspecifieke promotie wordt ingevuld door telersvereniging of productcommissies;
  • Meer oppervlaktebenutting door broeiers (meerlagenteelt en meerlaagse klimaatcellen);
  • Toenemende aandacht voor afzet en marketing om de producten beter te promoten;
  • Nieuwe verdienmodellen worden langzaam opgepakt binnen de sector;
  • Verscherpte media-aandacht voor de bloembollenteelt, en vooral voor het middelengebruik. ngo’s en natuur- en welzijn organisaties hebben in deze toegenomen aandacht en aanjagende rol;
  • Transparantie richting de omgeving en voorlichting over middelengebruik om vooroordelen over de sector te bestrijden.

 
Kansen en Bedreigingen

Kansen

  • Toenemende bereidheid tot het opzetten van buitenlandse productiegebieden;
  • Certificering en maatschappelijk verantwoorde productie;
  • Beperkte uitgifte nieuwe cultivars;
  • Vraag naar toegevoegde waarde en exclusiviteit;
  • Nieuwe verdienmodellen en product-marktcombinaties;
  • Sterke positie  Nederlandse bloembollen beter benutten dan tot heden gebeurt.

Bedreigingen

  • Valutagevoeligheid afzet;
  • Opkomst buitenlandse productiegebieden;
  • Versnippering belangenbehartiging met als gevolg bedreiging concurrentiepositie;
  • Stijgende grondprijzen door grondgebrek (in concurrentie met akkerbouw en veehouderij);
  • Oplopende debiteurentermijnen bij de export;
  • Ondoorzichtige financiële structuur;
  • Aanscherping gewasbeschermingsbeleid en toenemende omgevingsweerstand;
  • Certificering en maatschappelijk verantwoorde productie;
  • Aanscherping van emissie-eisen;
  • Toenemende bemoeienis van producenten met de eigen afzet.

Bloembollenteelt is de vollegrondsteelt van leverbare (bloeibare) bollen en knollen en de teelt van plantgoed. De bolbloementeelt of broeierij is: het in bloei trekken (forceren) van bloembollen tot snijbloem in glastuinbouwbedrijven.
De (bloem)bollenteelt kent een sterk seizoensmatig karakter, met een piek tijdens de oogst en verwerking. Voor de voorjaarsbloeiers (hyacint, tulp, narcis, krokus, iris) is de piek in juni-augustus. Bij de zomerbloeiers (lelie, gladiool en dahlia) in oktober-december.

De Rabobank heeft een stabiele marktpositie in de bloembollensector: 81% aandeel. De bloembollensector heeft haar wortels in Nederland met een marktaandeel van ca. 65% van de wereldproductie in bloembollen. De Nederlandse bloembollensector heeft wereldwijd een exportaandeel van zo’n 76%.

Koppositie behouden
Het aansprekende assortiment en de diepgaande kennis van bloembollen en bolbloemen heeft Nederland een voorsprong gegeven. Om de huidige koppositie te behouden zal voldoende geïnvesteerd moeten worden in onderzoek, innovatie, afzetafstemming en samenwerking met de gehele keten.

Exportwaarde
De VS is de grootste exportmarkt voor bloembollen. Jaarlijks worden daar meer dan 1 miljard bloembollen naartoe geëxporteerd. Japan was in de jaren negentig de belangrijkste groeimarkt voor de sector. Op dit moment zijn dat China  en Rusland, die sterk klimmen op de lijst van grootste afnemerslanden. De exportwaarde bedraagt ca. 600 miljoen euro, waarvan ruim 55% naar landen buiten de Europese Unie gaat. De West-Europese landen nemen zo’n 45% van de totale bloembollenafzet voor hun rekening. Duitsland is voor de sector de koploper, gevolgd door het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, de vier Scandinavische landen en Italië.

Oost-Europa
Enkele Oost-Europese markten maken voor de bloembollen- en de boomkwekerijsector een stormachtige ontwikkeling door. Rusland en Polen zijn daarin de koplopers. Voor de Russische markt geldt dat oplettendheid nodig is voor de spelregels, die soms snel veranderen. Bedrijven kunnen alleen naar Rusland exporteren als zij vermeld staan op de Rusland-lijst van Anthos, de exporthandelsorganisatie van de bloembollenteelt. Deze lijst wordt tweejaarlijks geactualiseerd.

Veranderde vraag
De vraagzijde van de bloembollenketen verandert sterk. Traditionele afzetmarkten als de Verenigde Staten en Japan nemen steeds minder bloembollen af. Deze exportdaling is weliswaar opgevangen door een groeiende vraag vanuit China, Rusland, Mexico en andere landen, maar zorgt desondanks voor meer risico’s en onzekerheid. Andere belangrijke veranderingen aan de afzetkant zijn de stagnatie in de droogverkoop en de consolidatie verderop in de keten, bij snijbloementelers en retailers. Telers krijgen met machtigere afnemers te maken, evenals met risicovollere afzetmarkten en meer invloed van ICT. Ketens moeten mede hierdoor efficiënter, sneller en transparanter functioneren. Dit vergt een grote robuustheid en tegelijkertijd flexibiliteit van ondernemers. 

Feiten en cijfers
In Nederland stonden in 2014 op 23.590 hectare bloembollen. In 2013 was dat 23.291 en in 2012 23.488 ha (CBS). Met een hoofdrol voor de provincie Noord-Holland.

Het aantal bloembollenbedrijven ligt in 2014 op 1.516 bedrijven en in 2013 op 1531 (ca. 5 % afname per jaar).

 

Ontwikkeling Nederlands
areaal bloembollen (x 1 ha)
20082009201020112012 20132014*
Hyacint1.3831.3891.3811.4461.448 1.4301.480
Tulp11.39111.72811.39911.86111.248 11.35011.440
Narcis1.9741.8771.8021.8111.777 1.7601.680
Gladiool1.1661.1238.1181.1681.113 1.0001.110
Krokus533466441433400 410470
Lelie4.9704.2664.6845.0815.090 4.8905.220
Iris415347326325288 250250
Overig bijgoed2.4972.3652.1961.9992.124 2.091 
Totaal bloembollen24.33023.56123.34824.12623,488 23.29023.590

Bron: CBS Landbouwtelling
* voorlopige cijfers

   

Veredeling
In het gewas lelie vinden de meeste veredelingsactiviteiten plaats. Van de 20 belangrijkste soorten zijn er 18 de laatste 10 jaar geïntroduceerd. Bij de tulp-top-20 zijn er slechts 2 nieuwe introducties in het afgelopen decennium. Vooral lelie-cultivars worden in porties verkocht. Periodiek moeten er licentiegelden per opgeplant areaal worden betaald. Afhankelijk van gewas en teeltwijze kan het tot vijf jaar duren voordat een soort leverbare bollen geeft. Door het grote aantal introducties is het financiële risico bij nieuwe cultivars groot. Men koopt immers een belofte die zijn marktwaarde nog moet bewijzen. Marktrisico's kunnen worden verminderd door de verwachte oogst van leverbare bollen voor te verkopen. Dit wordt in de branche 'termijntransacties' of 'langdagverplichtingen' genoemd.

Bollenveilingen
Circa 75 % van de bollenhandel tussen kweker en afnemer verloopt via de in- en verkoopbureaus (IVB's) CNB, IGH en Hobaho. De overige 25% wordt direct geleverd en loopt het risico van niet-betaling. De transacties via de IVB's worden afgerekend op vaste betaaldata en onder voorwaarden die zijn vastgelegd in het handelsreglement. De transacties via CNB en Hobaho zijn gegarandeerd en vallen onder een vereveningsregeling. Deze vereveningsregeling is voor de Rabobank te ondoorzichtig en tot op heden is nog geen overeenstemming bereikt over kortere betalings- en verrekeningsperioden. De verrekening maakt dat de bank te weinig inzicht heeft in het financieel beheer van de cliënten en pas achteraf met tekorten van de ondernemers wordt geconfronteerd. Kortere betalingstermijnen blijven een precair onderwerp en punt van aandacht van de bank.

Groen veilen
Ondernemers in de sierteeltsector die hun bedrijf beëindigen of delen ervan willen afstoten, kunnen de verkoop van het gewas uit handen geven aan de in- en verkoopbureaus of HB-veilingen. In het voorjaar organiseren deze ondernemers zogenoemde 'groene veilingen', waarbij het gewas zoals het 'groen te velde staat' onderhands te koop wordt aangeboden aan belangstellenden. De inzet van de veilingmeesters is steeds om te komen tot een zo gunstig mogelijke transactie voor koper én verkoper. De aankopen worden verrekend per valutadatum. Het voordeel van groen veilen is dat op het moment van verkoop verdere kosten en werkzaamheden voor de verkoper vastgesteld en gelimiteerd zijn. Meestal beperkt het zich tot het 'als een goed kweker' verzorgen van de gewassen tot het moment van rooien. In sommige gevallen wordt het werk ook direct overgedragen, dit wordt dan bij de verkoop te velde vermeld. Alle risico's van misoogst, hagelschade, prijsschommeling en afkeuring door de Bloembollenkeuringsdienst gaan naar de nieuwe eigenaar.

Groothandel/bloembollenexporteurs
In 2014 waren dit er nog circa 100; dat is minder dan de helft dan 10 jaar eerder. De rol van de exporteurs verandert en met name voor de kleine exporteurs zal het bestaansrecht een grote uitdaging worden. Een verdere daling van hun aantal is dan ook onvermijdelijk.

Het merendeel van de bollenexporteurs is van oudsher te vinden in de Bollenstreek. Maar hun toonaangevende positie in de handel slinkt, doordat a) zij nog te veel aan oude tradities vasthouden b) hun schaalgrootte vaak te klein is en c) de productie zich uit 'de Zuid' verplaatst, waardoor zij grip op het product verliezen. Opkomend zijn de handelaars in het noordelijk zandgebied (Kop van Noord-Holland) en West-Friesland. Door de lage marges is er weinig kapitaal beschikbaar om te investeren in nieuwe markten en concepten. Veel exportbedrijven zijn aan het saneren om het bedrijf weer rendabel te krijgen. Veel risico wordt gelopen door handel te drijven met landen waar de betalingsmoraal matig is (o.a. China en Rusland) en waar betaling achteraf plaatsvindt.

Voor de bollenexporteurs geldt dat zij op steeds grotere schaal handelsactiviteiten moeten ondernemen. Enerzijds om de toenemende investeringen in gebouwen, verwerkingslijnen, automatisering en logistiek te kunnen opbrengen. En anderzijds om de verkrappende handelsmarges het hoofd te kunnen bieden. De toenemende schaalgrootte van afnemers speelt in die noodzakelijke opschaling ook een rol.

Bij de handelskwekerijen, waar een combinatie van teelt en export plaatsvindt, is er een trend naar specialisatie in teelt dan wel export. Deze specialisatie is ingegeven door kostprijsnadelen die handelskwekerijen in de praktijk ondervinden.