Rabobank Cijfers & Trends

Een visie op branches in het Nederlandse bedrijfsleven.
40e jaargang editie 2016/2017


Apotheken

  • VOLUME
  • SENTIMENT
  • PROGNOSE

VOLUME

1 tot 3% licht groeiend

SENTIMENT

Neutraal

PROGNOSE

Negatief


Perspectief

 

Afvlakkende omzet en marges ondanks toenemende vraag
De Rabobank verwacht dat het volume in de branche in 2017 beperkt zal toenemen (1-3%) en dat de omzet zal stabiliseren. De vraag naar geneesmiddelen (volume) neemt al jaren toe als gevolg van demografische ontwikkelingen, vooral de toename en vergrijzing van de bevolking. Hoewel het volume groeit, staat de winst onder druk als gevolg van scherpe tariefafspraken. Geringe inkoopmarges zullen komende jaren ook van invloed blijven op de winstmarges. Deze zullen smal blijven. Oorzaken hiervan zijn prijsdalingen door het scherpe medicijneninkoopbeleid van de zorgverzekeraars. De maatschappelijke discussie over de hoogte van de medicijnprijzen, krijgt steeds meer invloed.

Het aanbod verandert de komende jaren sterk
Het aantal zelfstandige apotheken is dalende, onder andere vanwege verkoop Mediq en schaalvergroting bij bestaande aanbieders. Ook stijgt het aantal apothekerscollectieven. Daarnaast komen nieuwe aanbieders op de markt zoals internetapotheken en andere substituten.

Uitdagingen
De prognose voor de langere termijn voor de branche is negatief. Dit komt enerzijds door de consolidatie van het aantal apotheken en anderzijds omdat het bestaande distributiemodel geïnnoveerd dient te worden. Uitdagingen voor de branche liggen vooral in de verbetering van deze dienstverlening, zoals de benodigde samenwerking met de eerste en tweede lijn (op een gunstige locatie), het informeren, begeleiden en ondersteunen van chronische patiënten bij het beter gebruiken van geneesmiddelen en het zoeken naar nieuwe manieren om cliënten te bedienen. 

 

Trends

  • Regionale samenwerking en formulevorming tussen apothekers;
  • Schaalvergroting per apotheek (meer patiënten en receptregels);
  • Serviceverlening, bijvoorbeeld via 24-uurskluis;
  • Verdere groei van het aandeel generieke geneesmiddelen in het totale aantal verstrekkingen;
  • Toename over-the-counter-medicatie van zelfzorgproducten.

 

Kansen en bedreigingen

  • In de afgelopen jaren hebben de overheid en de zorgverzekeraars diverse maatregelen genomen om de medicijnuitgaven aan banden te leggen, steeds meer ten koste van het rendement van de apotheker;
  • Toename van central filling (is het centraal gereedmaken van geneesmiddelen op een externe locatie);
  • Toenemende behoefte van de consument aan persoonlijk advies en deskundigheid;
  • Het verzorgingsgebied is dominant in de keuze van het vestigingspunt, bijv. in een eerstelijnsgezondheidscentrum of een bewuste keuze voor een bepaalde wijk;
  • Medicijnconsumptie wordt steeds minder vanzelfsprekend vanwege de discussie over de effecten en noodzaak van medicijngebruik.

 

Apotheken verstrekken geneesmiddelen, begeleiden en adviseren patiënten op het gebied van medicatieveiligheid, medicatietrouw en medicatieoverdracht.

Vraag

 

Geneesmiddelengebruik
Uitgedrukt in standaarddagdoseringen (DDD) nam het geneesmiddelengebruik in 2015 met 2,6% toe ten opzichte van het jaar daarvoor. Dit komt vooral door bevolkingsgroei en vergrijzing. Deze stijging is vergelijkbaar met die van 2014, toen het geneesmiddelengebruik met 2,9% toenam. In 2012 en 2013 kwamen de stijgingen uit op respectievelijk 1,1% en 2,5%.

Door bevolkingsgroei en vergrijzing zal het geneesmiddelengebruik nog enkele decennia blijven stijgen. De jaarlijkse groei neemt wel langzaam af, van 1,5% in 2015 tot 0,5% in 2040. Vooral de invloed van de vergrijzing laat zich hierbij gelden, omdat openbare apotheken aan een gemiddelde 65-plusser ruim driemaal zo veel geneesmiddelen verstrekken als aan een gemiddelde Nederlander. In 2040 ligt het geneesmiddelengebruik door de vergrijzing zo’n 30% hoger dan in 2015. Het is niet waarschijnlijk dat de werkelijke ontwikkelingen van het geneesmiddelengebruik gelijk zullen zijn aan de verwachte groei door vergrijzing. Er zijn daarnaast nog andere ontwikkelingen die het geneesmiddelengebruik beïnvloeden. In de afgelopen tien jaar kon nog niet de helft van de jaarlijkse groei van het geneesmiddelengebruik worden toegeschreven aan de vergrijzing (SFK).

Sterke toename aantal polyfarmaciepatiënten. In wijkapotheken gebruikt 13% van de bezoekers vijf of meer geneesmiddelen chronisch. Tien jaar geleden was dat nog 8%. Bijna de helft van de toename van het aantal polyfarmaciepatiënten in die periode kan worden toegeschreven aan de vergrijzing. Het resterende deel komt door een toename van het geneesmiddelengebruik (SFK);

Stijging geneesmiddelenuitgaven
De uitgaven stegen in 2015 sterker dan het gebruik van geneesmiddelen. De uitgaven aan farmaceutische zorg via de openbare apotheken namen in 2015 met € 138 miljoen toe tot € 4266 miljoen. Deze stijging van 3,3% is iets hoger dan in voorgaande jaren. In 2014 was sprake van een stijging van 1,0% en in de twee jaren daarvoor waren er forse dalingen van de uitgaven. Toch is de stijging van 3,3% opnieuw een meevaller voor de overheid, omdat die voor 2015 rekening had gehouden met een toename van 4,7%. In de praktijk zal de gewone wijkapotheek een beperktere stijging van de omzet aan pakketgeneesmiddelen ervaren. Dat komt vooral omdat eind 2014 en in 2015 een aantal dure medicijnen in het basispakket zijn opgenomen. Deze geneesmiddelen worden voor het grootste deel vanuit poliklinische apotheken verstrekt. Daardoor dragen de uitgaven aan deze middelen maar beperkt bij aan de omzetontwikkeling in de gemiddelde wijkapotheek. Daar bleef de omzetgroei in 2015 steken op 1,8%. Voor 2016 wordt een groei van 3% verwacht, maar vanaf 2018 wordt door de overheid een groei van 0% geraamd (SFK, 2016).

In 2015 bedroegen de gemiddelde geneesmiddeluitgaven via de openbare apotheek per persoon 272 euro.


Prijspeil receptgeneesmiddelen
Sinds de introductie van de prijzenwet in 1996 zijn de prijzen van geneesmiddelen gemiddeld met bijna 60% gedaald. Hiervan werd het grootste deel in het afgelopen decennium gerealiseerd. In die tien jaar daalden de medicijnprijzen gemiddeld met bijna 40%. Hiervan is meer dan de helft het directe gevolg van de prijzenwet, die daarmee dus van groter belang blijkt voor de verlaging van de Nederlandse geneesmiddelenprijzen dan het preferentiebeleid. Dit beleid heeft met name effect gehad op de prijzen van generieke geneesmiddelen. Van deze middelen liggen de prijzen 76,9% lager dan in 2007.

 

Totale uitgaven aan farmaceutische hulp: openbare apotheken (x € 1 mln)

 20112012201320142015
Uitgaven openbare apotheken5.0014.3984.0884.1284.266

Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK), 2016

Aanbod

Eind 2015 telde Nederland 1981 openbare apotheken. Daarmee is het aantal apotheek vestigingen in Nederland nagenoeg gelijk gebleven. In totaal is 31% van de Nederlandse apotheken eigendom van een keten. Dit aandeel is al jaren vrij stabiel. Het aandeel van de zelfstandige apotheken die aangesloten zijn bij een formule is wel sterk gestegen, namelijk van 30% in 2011 tot 45% in 2016. Aan deze ontwikkeling draagt het contracteerproces met de verzekeraars bij. Bijna 90% van alle openbare apotheken doet voor contracteerafspraken een beroep op een keten, formule of zorgmakelaar (SFK, 2016).

Apothekers mogen zich in Nederland vrij vestigen, de enige voorwaarde is dat er een gediplomeerd apotheker is. Voornaamste concurrenten voor de openbare apotheek vormen andere openbare apotheken, de internetapotheken en poliklinische apotheken. De zoektocht naar kostenbeheersing heeft de discussie aangewakkerd over de manier waarop de huidige distributiekanalen verantwoord (financieel en organisatorisch) aan te passen en/of aan te vullen zijn.

 

Aantal openbare apotheken

 20122013201420152016
Aantal openbare apotheken1.9811.9741.9791.9811.994
w.v. zelfstandig585573456464585
w.v. formule777783887897805
w.v. onderdeel van een keten619618634620604

Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK), 2016

Ketenintegratie
Steeds meer apothekers bundelen hun krachten. BENU-apotheken heeft nu 500 apotheken aan zich gebonden en is daarmee de grootste apotheekketen. Na de overname van Mediq door Brocacef (eigenaar van de BENU-keten) en het op last van de ACM afstoten van een aantal apotheken, behoren nu 323 eigendomsapotheken en 177 formule-apotheken tot de BENU-keten. Qua omvang neemt Service Apotheek (Mosadex) met 432 zelfstandige apothekers als franchisenemer de tweede plaats in. Mosadex, een farmaceutische groothandel, kent een sterk coöperatief karakter. Het marktaandeel van de leden van deze inkoopgroothandel wordt op 31% geschat. Daarna gevolgd door Alliance Healthcare (Alphega apotheken) met 205 apotheken, waarvan 60 in eigendom. Stichting VNA – niet als zodanig in het apotheeklandschap herkenbaar – heeft 132 apotheken aan zich gebonden. Daarnaast zijn Medsen (46 apotheken), VAL (36), Thio Pharma (24), Acdapha Groep (19), Zorggroep Almere (16) en SAL Apotheken (12)  als keten actief. Naast efficiencyvoordelen heeft een grotere groep apotheken een sterkere onderhandelingspositie bij toeleveranciers.

Ahoed (Apotheker en huisarts onder één dak) en de eerstelijnsgezondheidscentra leveren voordeel voor de consument: geïntegreerd zorgaanbod, maar ook voor de apotheker en de huisarts: kostenvoordeel, efficiency, snelle communicatie en gezamenlijke zorgprogramma’s. Daarnaast kan een apotheek zijn strategische positie verankeren door dicht bij zijn cliëntenstroom te zitten en veel administratieve en organisatorische lasten van de huisarts over te nemen.

 

Omzet


Tariefinkomsten blijven achter bij vraag naar zorg

De gemiddelde Nederlandse openbare apotheek behaalde in 2015 een omzet van € 2,15 miljoen die wordt vergoed uit het basispakket. Dat is 3,1% meer dan in 2014 maar nog wel onder de normomzet van de NZa van 2,4 mio euro.

De omzet bestaat uit:

  • Geneesmiddelkosten: Voor de gemiddelde apotheek bedroeg de omzet uit de geneesmiddelkosten in 2015 € 1,5 miljoen (2014: 1,45 mio);
  • Tariefinkomsten: deze stegen in 2015 met 1,5% naar € 644.000. Dat is precies gelijk aan het niveau van 2011. Omdat de vraag naar farmaceutische zorg in die jaren wel gestegen is, verrichten openbare apotheken al jaren meer werkzaamheden voor naar verhouding minder geld.

Voor specifieke apotheken gelden andere cijfers. De tariefinkomsten voor een gemiddelde poliklinische apotheek bedragen € 810.000 (gemiddeld 77.000 verstrekkingen). De gemiddelde dienstapotheek verstrekte in 2015 ruim 27.000 keer een geneesmiddel, waar gemiddeld € 600.000 aan tariefinkomsten tegenover stonden (SFK)

Vanaf 2012 zijn de tarieven van de apothekers niet meer gebaseerd op vaste tarieven van de NZa, maar op prestatiebekostiging en vrije prijzen. De prijzen voor 2014 zijn tot stand gekomen op basis van onderhandelingen met de zorgverzekeraars. Er kunnen prijsafspraken worden gemaakt op 12 prestatievelden, Door het CVZ is vastgesteld dat alleen zes prestaties in aanmerking komen voor vergoeding uit de basisverzekering (Zorgverzekeringswet), met in achtneming van het eigen risico. De overige prestaties komen voor eigen rekening van verzekerde tenzij de zorgverzekeraar heeft vastgelegd dat deze kosten via de aanvullende verzekering mogen worden gedeclareerd. Afspraken over de prestatievelden worden tussen individuele apotheker en elke zorgverzekeraar apart gemaakt. Door de grote inkoopmacht van de zorgverzekeraars is de macht rond tariefsvorming bij de zorgverzekeraars komen te liggen.


Boete voor verwijtbaar falende farmaceuten naar 820.000 euro. Minister Edith Schippers (Volksgezondheid) verhoogt de maximale boete voor het verwijtbaar veroorzaken van een geneesmiddelentekort van 45.000 naar 820.000 euro. Hiervoor is wel een wetswijziging nodig. In de tussentijd wordt de maximale boete alvast verhoogd van 45.000 naar 150.000 euro. Dat schrijft Schippers vandaag in een brief over de aanpak van geneesmiddelentekorten aan de Tweede Kamer. Farmaceuten moeten er voor gaan zorgen dat er voldoende voorraad is en dat (dreigende) tekorten op tijd worden gemeld (Rijksoverheid, juni 2016).